Het zijn onwezenlijke dagen. De eerste lentezon komt schuchter door de wolken piepen, maar in plaats van de gebruikelijke bedrijvigheid rond de voetbalterreinen blijft het tegenwoordig akelig stil. Nu het sociale leven zowat volledig tot stilstand is gebracht, is het maar logisch dat de voetbalwereld volgt. Het probleem – besmettingsgevaar – waarmee we als maatschappij worden geconfronteerd, scheidt op een brutale manier de hoofd- van de bijzaken en al wordt het zo vaak als een cliché uitgesproken: gezondheid gaat boven alles. Onze eigen gezondheid, maar ook die van hen die het dichtst bij ons staan.

Wat betekent dit voor de voetbalclub? Op een enkele vrijwilliger na is het dezer dagen muisstil in het Damburgstadion. Geen trainingen, geen wedstrijden, geen vergaderingen, het Grote Niets. Er waren nog wat laatste schermutselingen – zo verlengde Kevin Dieme afgelopen vrijdag zijn contract in Bocholt met twee jaar, nieuws dat ons verheugt – maar nu het aantal besmettingen nog steeds oploopt, is het maar logisch dat er de komende weken nauwelijks een bal zal rollen. Individuele (loop)schema’s zullen een en ander moeten opvangen, om zo de conditie enigszins op peil te houden.

Wat dit betekent voor het verdere verloop van de competitie, is koffiedik kijken. Niemand weet wanneer de crisis zal luwen, en wat de gevolgen zullen zijn van deze gedwongen onderbreking. De eetdagen van 4 en 5 april zijn ook al afgelast.

We staan ervoor en we moeten er met z’n allen door. Wij wensen iedereen – géén cliché – een goede gezondheid.